Libido

Het woord libido stamt uit het Latijn en betekent wens, lust en verlangen. In andere woorden staat Libido voor de seksuele behoefte, de drift naar seksuele belevening en het verlangen naar lichamelijk genot.

De term is ooit in het leven geroepen door de seksualiteitswetenschapper Albert Moll. Met het libido-concept vatte hij de door seksuele behoeften verbonden lichamelijke energie samen, en vervolgens ook alle lustgestuurde pogingen van de mens. Velen zagen de libido echter als het streven van mensen naar bevrediging in elk opzicht, dus niet alleen seksueel. Dus elk soort gedrag dat met de wens samenhing om lusten te beleven: eten, drinken, sport en veel andere dingen die bevrediging verschaffen. Of het bij het seksuele verlangen inderdaad om een drift zoals de eetdrift gaat, is wetenschappelijk nog altijd een vraagstuk. Een duurzaam tekort aan voedsel of vocht is in ieder geval dodelijk, een gebrek aan seksuele bevrediging gelukkig niet.

Zoals onthouding het verlangen naar seks niet altijd verhoogt, neemt het ook niet af bij veelvuldige seks. Soms is zelfs het tegendeel het geval: Wie vaak seks bedrijft is eerder prikkelbaar dan iemand die leeft als een monnik. Onder invloed van de ethologie (gedragsleer) werd libido later gedeeltelijk vervangen door de term seksuele appetentie (appetentia is Latijns voor verlangen). Seksuele appetentie staat voor de bereidheid om op seksuele prikkels te reageren, openstaan voor seks. Als de behoefte aan seksuele handelingen geheel uitblijft, kan men spreken van een libidostoornis. Lichamelijk kan zich dat bij de vrouw uiten in het niet vochtig worden, bij de man in het uitblijven van een erectie. Met het begrip libidostoornis dient echter voorzichtig te worden omgegaan, want persoonlijke seksuele behoefte kunnen flink variëren. Zo kan al niet van een echte libidostoornis gesproken worden als iemand door bijvoorbeeld stress niet gemakkelijk opgewonden raakt.

 

We testen een nieuwe website. Ondervind je problemen? Chat met ons of bel ons. We belonen je feedback!