Seksueel overdraagbare aandoeningen bij jongeren

Seksueel overdraagbare aandoeningen bij jongeren (16-25 jaar)
Uitgevoerd door studenten Sport Gezondheid en Management HAN Nijmegen, juni 2010.

Overzicht van dit artikel:
Inleiding
Stakeholdersanalyse
Beleidskader gezondheidsprobleem

Stap 1 – Needs Assesment
1.1 Identificeer risicogroepen, kwaliteit van leven en gezondheidsproblemen
1.2 Identificeer gedrags- en omgevingsfactoren
1.3 Identificeer determinanten
1.4 Kies preventiedoelen

Stap 2 – Veranderingsdoelen
2.1 Kies specifieke gedragsdoelen
2.2 Kies belangrijke veranderbare determinanten
2.3 Kies (sub)doelgroepen
2.4 Maak een matrix van specifieke veranderingsdoelen

Stap 3 – Theoretische methodieken en praktische technieken
3.1 Bedenk theoretische methodieken bij de veranderingsdoelen
3.2 Leid methodieken af uit de theorie en de literatuur
3.3 Vertaal de methodieken in praktische voorlichtingstechnieken

Stap 4 – Programmaontwerp en productie
4.1 Combineer de verschillende technieken in 1 plan
4.2 Ontwerp de voorlichtingsmaterialen
4.3 Test de materialen uit bij de doelgroep en produceer de materialen

Stap 5 – Plan programma invoering en gebruik
5.1 Formuleer een linkage groep
5.2 Kies implementatiedoelen
5.3 Draaiboek
5.4 Matrix implementatiedoelen

Stap 6 – Plan programma evaluatie
Literatuurlijst

 

Inleiding

In het interventie en implementatieplan wordt de interventie en implementatie beschreven die onlangs plaatsvond voor 1ste jaars ALO- studenten aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. De interventie vond plaatst op 1 juni 2010 en werd uitgevoerd door een dertigtal studenten. Aan de interventie is een voortraject aan vooraf gegaan. 
Zo is bij het adviesrapport de doelgroep en de aandoening geanalyseerd waaruit geconcludeerd is, dat de doelgroep de kennis ontbeerde over de gevolgen van een soa en er te weinig een condoom werd gebruikt bij het vrijen. Deze constateringen zijn de input geweest bij het opstellen van de interventie en het interventie en implementatieplan. 
Bij het beschrijven van het plan zal in de eerste twee hoofdstukken worden nagegaan welke stakeholders er nodig zijn en welk beleid rekening mee moet worden gehouden of kan worden gebruikt voor de interventie. Na het beschreven hiervan zal er gebruikt worden gemaakt van het zogeheten Intervention Mapping (Brug et al., 2007). Middels deze methode is de interventie uitgewerkt volgens  de volgende stappen;
Stap 1: Need Assesment
Stap 2: Veranderingsdoelen
Stap 3: Theoretische methodieken en praktische technieken
Stap 4: Programmaontwerp en productie    
Stap 5: Plan programma invoering en gebruik
Bij het gebruik maken van de volgende stappen is de interventie planmatig uitgewerkt waardoor de interventie meer kans van slagen heeft. Met planmatig wordt bedoeld dat het een logische gevolg is van een begin tot een eind.  Bij de eerste drie stappen krijgt de interventie vorm middels het bepalen van de mogelijkheden/veranderingen. 
Wat moet er met de interventie worden bereikt (stap 2) en welke manier past daarbij (stap 3). Wanneer dit duidelijk is kan vorm worden gegeven aan de interventie. Dus hoe kwam het eruit te zien en wat was is er nodig voor de interventie (stap 4,5). Bij de laatste stap werd de interventie geëvalueerd door te bekijken welke effecten het heeft gehad en hoe is proces verlopen (stap 6)


 

Stakeholdersanalyse

Bij de analyse van de stakeholders  wordt er gekeken welke stakeholders belangrijk voor de interventie zijn. Er wordt bekeken wat het belang is voor de organisatie, maar ook wat het belang wat het belang is voor de stakeholder.  De stakeholders worden verdeeld over intern en extern. Bij intern wordt er gekeken vanuit de organisatie zelf en van extern van buitenaf.  
De enige interne stakeholder is de organisatie die de interventie uitvoert. De organisatie bestaat uit vier medewerkers van de GGD Nijmegen.
De externe stakeholders zijn de doelgroep, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, GGD Nijmegen, Condoom-Anoniem.nl.  De belangrijkste stakeholder voor de organisatie is de doelgroep, zonder de doelgroep kan de interventie niet worden uitgevoerd. Het belang van de doelgroep is om deel te nemen aan de interventie om zodoende meer kennis te vergaren over de gevaren van een soa.  De volgende externe belanghebbende is de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen waar de 1ste jaars ALO-studenten aan studeren. Het belang voor de interne organisatie is om via de stakeholder  benadering te vinden bij de doelgroep.  Tevens is de stakeholder belangrijk om tijd en ruimte beschikbaar te stellen om de interventie uit te voeren.  Een andere stakeholder die tijdens de interventie wordt ingeschakeld is de GGD in Nijmegen. Het belang voor de organisatie is om bij de GGD informatie in te winnen of te verkrijgen over de aandoening soa. De informatie wordt dan gebruikt  in de interventie om de doelgroep in te lichten over het onderwerp. Het belang voor de GGD is om de interne organisatie  mee te helpen met hun interventie. Mee helpen om de bewustwording te creëren wat de gevaren zijn die een soa kan hebben en zodoende meehelpt met het verkrijgen van een  goede gezondheid. Een uitgangspunt waar de GGD zich mee bezighoudt. De laatste stakeholder is Condoom-Anoniem.nl (organisatie die condooms verkoopt via internet). Het belang voor de interne organisatie is het verkrijgen van gratis condooms om deze uit te delen bij de interventie. Het belang voor Condoom-Anoniem.nl is om meer publiciteit te generen middels de interventie door reclame te maken voor dit bedrijf bij de interventie.

Beleidskader gezondheidsprobleem

Een beleidskader is bedoeld om voor jezelf en je opdrachtgever helder te krijgen binnen welke “van hogerhand opgelegde” grenzen je moet werken.

Landelijk
 
Hieronder de vier belangrijkste punten uit het beleidskader van Jet Bussemaker, voormalig staatssecretaris van VWS  (Volksgezondheid, Welzijn en Sport).
1) Seksuele en relationele voorlichting aan jongens, weerbaarheid vergroten van meisjes.
2) Allochtone Nederlanders hebben vaker een soa, vaker onbedoelde zwangerschappen, zijn vaker slachtoffer en dader van seksueel geweld. Er komen projecten die hen moeten bereiken.
3) Nieuw soa- en hiv-beleid. Terugdringing van soa- en hiv-besmettingen. Uniform hiv-testbeleid bij de GGD-en en het beter op elkaar laten aansluiten van diverse regelingen voor seksualiteitshulpverlening.
4) Preventie van seksueel geweld, betere hulpverlening aan slachtoffers van seksueel 
geweld. Opleiden van professionals om geweld te voorkomen en signaleren. 500 nieuwe 
opvangplaatsen voor slachtoffers.

Goede voorlichting op jonge leeftijd kan de rest van je leven belangrijk zijn. 
Jongens moeten apart van meisjes worden voorgelicht over seksualiteit en relaties. Meisjes nemen voorlichtingen vaak veel serieuzer. Jongens zijn minder serieus en doen lacherig over het onderwerp. Bij een quiz op het ROC werd dit weer bevestigd. Alle jongens lagen er al na de tweede vraag uit en begonnen grapjes te maken en met condooms door de klas te gooien. Daar besloten de leerkrachten het anders aan te gaan pakken. Tijdens de voorlichting werden jongens en meisjes uit elkaar gehaald en werd voor de jongens een mannelijke leerkracht geregeld die de seks lessen ging geven. Bussemaker bevestigd dat dit inderdaad effect kan hebben, omdat de kans groter is dat jongens dan wel deelnemen aan de discussie. (Jet Bussemaker, 2009)
Bij onze interventie hebben wij hier geen rekening mee gehouden. Bij het houden van de enquête hebben we wel onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Het verdelen van jongens en meisjes tijdens onze voorlichting/quiz zou inderdaad een positief effect kunnen hebben op het resultaat. Dit is iets waar we in het vervolg over na kunnen denken.

Ze is er blij mee dat het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) recentelijk seksuele weerbaarheid en diversiteit als kerndoel aan het onderwijs heeft toegevoegd. Alle fracties waren het erover eens dat dit onderwerp thuis hoort op school. (Jet Bussemaker, 2009)
Doordat het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) seksuele weerbaarheid en diversiteit als kerndoel aan het onderwijs heeft toegevoegd is het makkelijker om voorlichtingen te geven. Het onderwerp wordt op deze manier bespreekbaar gemaakt en leerlingen zullen het onderwerp steeds normaler gaan vinden. Zo kan een voorlichting meer effect hebben, omdat de jongeren het dan serieuzer opnemen (ook de jongens). Dit is een positief gevolg voor de beslissing van het ministerie van OCW. 

Allochtone Nederlanders hebben vaker een soa, vaker onbedoelde zwangerschappen, zijn vaker slachtoffer en dader van seksueel geweld. (Jet Bussemaker, 2009)
Bij onze interventie is dit niet aan de orde. Er is slechts één allochtoon aanwezig. Op basis van één allochtoon kun je geen conclusies trekken. 

Onlangs adviseerde het College voor zorgverzekeringen (CVZ) om vanaf 2011 de pil voor vrouwen vanaf 21 jaar opnieuw uit het basispakket te halen.
De pil uit het basispakket halen kan negatieve gevolgen hebben voor het percentage abortussen en tienerzwangerschappen in Nederland. Wanneer meisjes extra geld moeten betalen voor de anticonceptiepil wordt de drempel hoger om deze pil te slikken. Wanneer een meisje niet aan de pil is, kan dit meerdere consequenties hebben. Of jongeren hebben vaker onbeschermde seks, of jongeren gaan vaker een condoom gebruiken, omdat het meisje geen anticonceptiepil gebruikt. Met als gevolg dat de kans op een Soa kleiner wordt. De pil uit het basispakket halen kan dus negatieve effecten hebben, maar op het gebied van Soa kan het ook positieve effecten hebben.

Dat Rutgers Nisso Groep (RNG) en Soa Aids Nederland meer aanknopingspunten zoeken tot samenwerking juicht ze toe. Niet alleen omdat dit efficiënter is, maar vooral omdat dergelijke samenwerking betere hulpverlening oplevert. ‘Er zijn zoveel instanties die zich alleen op zichzelf en hun eigen hulpverleningsstukje concentreren. Dat is funest voor degenen voor wie die organisaties zeggen te werken, want mensen met problemen zijn niet te splitsen tussen verschillende loketten. Samenwerking tussen deze twee partijen ligt daarom zeer voor de hand. Ik ben blij dat het begin er is en verwacht hier veel van.’  (Jet Bussemaker, 2009)
De samenwerking tussen verschillende instanties kan een positief effect hebben voor jongeren. 

Regionaal
In het jaarverslag van GGD Nijmegen in 2004 staat het volgende beschreven over het beleid dat ze voeren tegen soa;
“De GGD heeft op het terrein van de SOA bestrijding een actief testbeleid en een risicogroepen beleid. De risicogroepen zijn: mannen die seks hebben met mannen, prostituees, prostituanten, jongeren, heteroseksuelen met wisselende contacten, mensen met HIV en allochtonen. SOA worden vooral binnen de risicogroepen gevonden. Wij zullen nog strikter dit risicogroepenbeleid moeten voeren en overigen verwijzen naar de huisarts of Mildredhuis” (GGD Nijmegen, 2004).
 
Handboek
In 2003 was een start gemaakt met het maken van een werkboek SOA. Dit is in 2004 verder ontwikkeld. Het resultaat is een werkboek waarin werkprocessen werkinstructies en protocollen zijn opgenomen. Dit is de standaard van waaruit gewerkt wordt. Er is al vooruitgelopen op criteria van de HKZ (harmonisatiemodel kwaliteit zorginstellingen). In de toekomst zullen de HKZ normen als kwaliteitscriteria gehanteerd gaan worden.
SOA centra
Er is in 2004, in opdracht van VWS, een start gemaakt met de realisatie van een landelijk dekkend netwerk van SOA-centra voor aanvullende, anonieme, curatieve, laagdrempelige SOA zorg. Nijmegen is voor de provincies Gelderland en Overijssel aangewezen als SOA centrum” (GGD Nijmegen, 2004).
En staat in het jaarverslag de volgende doelstellingen geformuleerd;

“Ten behoeve van de risicogroepen jongeren, mannen die seks hebben met mannen, allochtonen en mensen met HIV zijn in 2004 verschillende preventieactiviteiten georganiseerd. Doelstellingen hierbij:
• Risicogroepen confronteren met de blijvende aanwezigheid van soa en HIV.
• Kennis vergroten over SOA en HIV en het voorkomen daarvan.
• Vaardigheid in condoomgebruik oefenen.
• Het bevorderen van veilig vrijgedrag en het behouden van dit gedrag.
• Mensen met risicogedrag actief uitnodigen naar de SOA-poli te komen voor een SOA-check,
HIV-test en/of hepatitis B vaccinatie. Het koppelen van curatie en preventie.
Er zijn zoveel mogelijk effectief gebleken interventies ingezet, zoals voorlichting op scholen, peer education, voorlichting op ontmoetingsplaatsen, kleinschalige interventies en het aanhaken bij landelijke campagne” (GGD Nijmegen, 2004).

Lokaal
Er is op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen geen beleid opgesteld die betrekking heeft op  soa.



Stap 1 – Needs Assesment

1.1 Identificeer risicogroepen, kwaliteit van leven en gezondheidsproblemen
De doelgroep waarbij wij onze interventie toe zullen gaan passen zijn jongeren tussen de 16 en 25 jaar. Deze doelgroep hebben wij zelf niet kunnen kiezen maar hebben we toegewezen gekregen. Binnen die doelgroep hebben wij weer een segmentatie gemaakt en ervoor gekozen om de interventie toe te passen bij eerste jaars ALO studenten. 
Hierbij een aantal cijfers welke leeftijd nou echt de risicogroepen zijn:

Jaar Leeftijd Jongens Meisjes
2005 15-17 jaar 3,3% 8,5%
2005 18-20 jaar 10,1% 13,3%
2005 21-24 jaar 10,1% 15,8%
Adviesrapport “Seksueel overdraagbare aandoeningen bij jongeren (16-25 jaar)”, 2010)  

 
Jongeren die een condoom gebruiken met een vaste partner of losse partner
Leeftijd Geslacht Losse partner Vaste partner
12-25 jaar Jongens 62% 27%
12-25 jaar Meisjes 53% 17%
Adviesrapport “Seksueel overdraagbare aandoeningen bij jongeren (16-25 jaar)”, 2010)  


Gezondheidsprobleem
Zoals hierboven geven de cijfers al aan dat het condoomgebruik onder de jongeren, dat jongeren met een vaste partner het aantal % te laag is maar ook zonder een partner. Daarom zullen wij onze interventie richten op het condoomgebruik, dit willen we stimuleren door condooms uit te delen.

Verder is er ook terug te vinden het aantal soa-testen dat is uitgevoerd onder de jongeren. Het valt ons daar vooral op dat het aantal % van de vrouwen hoger is dan bij de mannen. Maar wat vooral opvalt is dat het aantal procenten zeer laag is. Dit nemen we ook mee in onze interventie en zullen behandelen waarom jongeren geen soa-test laten doen en waarom ze wel een soa-test zouden doen. Ook zullen we meenemen waar ze terecht kunnen voor een soa-test.

1.2 Identificeer gedrags- en omgevingsfactoren
De omgeving speelt ook een belangrijke rol bij seksueel gedrag. De omgeving is in het rapport onderverdeeld in fysieke en sociale omgeving. 

Soa-testuitvoeren
Een fysieke omgevingskenmerk wat betreft seksueel gedrag is waar jongeren heen gaan in het geval bij het verkrijgen van een soa. Daarbij blijkt dat 73% van de jongens (12 tot 25 jaar) naar een huisarts te gaan bij de meisjes (12 tot 25 jaar) is het percentage wat minder daar gaat namelijk 71% naar de huisarts bij het behandelen van een soa. 10% van zowel de jongens als de meisjes heeft geen idee waar ze heen moeten bij het behandelen van een opgelopen soa (Soa Aids Nederland & Rutgers Nisso Groep, 2005) (Tabel 3: gebruik voorzieningen naar sekse (Soa Aids, Rutgers Nisso Groep, 2005)

Bij het bekijken van de sociale omgeving die invloed heeft op seksueel gedrag wordt er gekeken naar de invloed van ouders, vrienden en media. 

Ouders
Om te beginnen met de ouders daaruit blijkt maar 19% van de jongens (12 tot 25 jaar) en maar 23% van de meisjes (12 tot 25 jaar) praten met hun ouders over seks. Daarin tegen praat 3 keer zo veel (57%) jongens (12 tot 25 jaar) over condoomgebruik ten voorkoming van soa met hun ouders. De meisjes (12 tot 25 jaar) blijken hierover ook vaker te praten met hun ouders namelijk (58%). 

Vrienden
Bij de vrienden liggen het percentage hoger bij deze onderwerpen. Bij de jongens (12 tot 25 jaar) praat (69%) met hun vrienden over seks bij de meisjes (12 tot 25 jaar) is het percentage gelijk wat betreft het praten over seks met je vrienden. Waar het percentage bij de ouders erg verschilde tussen de onderwerpen praten over seks en praten over voorkoming van een soa. Is dat dit niet bij de vrienden zo is het percentage ligt namelijk iets lager ten opzichte van het onderwerp praten over seks. Bij de jongens (12 tot 25 jaar) praat 60% met hun vrienden over voorkoming van een soa bij de meisjes (12 tot 25 jaar) is het percentage 62% (Soa Aids Nederland & Rutgers Nisso Groep, 2005) (Tabel 4: communicatie met ouders en vrienden).

Media
De invloed van de media bij seksueel gedrag is dat jongeren die meer kijken naar seks in de media eerder seks hebben als jongeren die niet naar seks kijken in de media. Ook hebben ze vaker seks met een losse partner. Het effect van videoclips op MTV en TMF is dat het bijdraagt aan de seksuele ervaring (Soa Aids Nederland, 2010). Bij het gebruik van de media dat bijdraagt om kennis te vergaderen over het onderwerp seks. Blijkt dat het tijdschrift (84%) als de televisie (80%) het populairst zijn bij jongeren (12 tot 25 jaar) om over het onderwerp seks wat te weten te komen. De waardering ligt het hoogst bij het gebruik van een website daarin tegen wordt het gebruik van de informatielijn als matig bestempeld (Soa Aids Nederland & Rutgers Nisso Groep, 2005) (Tabel 6: gebruik en waardering informatie uit de media). 

1.4 Kies preventiedoelen
Zoals al eerder gezegd houden wij de interventie aan de eerste jaars ALO studenten. Met de interventie willen wij een aantal doelen behalen, hieronder staan deze opgesomd.

Doelstelling 1
‘Aan het einde van de interventie kunnen de studenten de gevolgen van een soa opnoemen en welke maatregelen ze daar tegen kunnen nemen’

In de gehouden enquête is al eerder aangegeven dat de studenten naar hun mening wel enige kennis hebben wat betreft soa’s. Deze kennis willen we verbreden en testen met behulp van een voorlichting en een quiz. Tussen de voorlichting door zullen er folders uitgedeeld worden van de GGD regio Nijmegen. 

Doelstelling 2

‘Aan het einde van de interventie kunnen de studenten drie plaatsten noemen waar ze een soa-test af kunnen nemen en condooms kunnen verkrijgen’

De interventie die we houden is ook gebaseerd op condoomgebruik. In de gehouden enquete gaven de studenten al aan dat ze de stap moeilijk vinden om een condoom te gaan kopen. Daarom zal er tijdens de interventie aandacht worden besteed hoe ze condooms moeten aankomen en er worden condooms uitgedeeld. 

Doelstelling 3
‘Doormiddel van de interventie kunnen de studenten factoren benoemen hoe ze aan een soa kunnen voorkomen en hebben de intentie om veilig te gaan vrijen’

Uit de enquête bleek dat het condoom het meest voorkomende voorbehoedsmiddel is dat gebruikt wordt. Dit is natuurlijk gunstig wat betreft soa’s, maar met de interventie willen we de studenten ook duidelijk maken dat ze op een andere manier ook een soa kunnen oplopen dan alleen maar onveilig vrijen. Doordat we de gevolgen laten zien hopen we dat jongeren de intentie hebben om veilig te gaan vrijen. 

Doelstelling 4

‘Doormiddel van de interventie durven studenten het onderwerp soa bespreekbaar te maken onder vrienden maar ook met de partner’

Omdat het onderwerp soa nog geen bespreekbaar onderwerp is onder de jongeren willen we met de interventie de studenten er op wijzen dat het wel degelijk belangrijk is om met mensen die je vertrouwd te bespreken. Zo willen we de studenten benadrukken dat ze het onderwerp zeker met de partner bespreekbaar moeten maken. 



Stap 2 – Veranderingsdoelen

2.1 Kies specifieke gedragsdoelen
Deze taak begint met het herformuleren van de gedrags- en omgevingfactoren die het gezondheidsprobleem veroorzaken, in gedrags- en omgevingsfactoren die de gezondheid bevorderen. Het perspectief wisselt dus van probleem naar oplossing. Gedragsdoelen zijn de uitkomst van twee centrale vragen:
1. Wat moet de doelgroep van de interventie doen om gezondheidsbevorderend gedrag te realiseren?
De bedoeling is dat onze doelgroep na onze interventie het gezondheidsprobleem SOA tegen zal gaan door meer te vrijen met een condoom. Verder is het ook de bedoeling dat de doelgroep na de interventie eerder een condoom zal gaan kopen omdat ze weten wat de gevolgen kunnen zijn van een SOA.
Wat wij ook willen bereiken met onze interventie is het onderwerp condoomgebruik en SOA meer bespreekbaar maken onder de jongeren. Zodat er geen schaamte gevoelens meer over het onderwerp aanwezig zijn wanneer ze een gesprek willen starten of tijdens het gesprek. Tijdens de interventie zullen wij ook benadrukken dat het altijd verstandig is om een condoom op zak te hebben, zodat je altijd voorzien bent van een condoom. Vaak horen we reacties van 'nee, de jongen moet het condoom op zak hebben', maar met onze interventie willen we ook vrouwen stimuleren om een condoom mee te nemen. 
2. Wat zal er als gevolg van de interventie veranderen in omgevingscondities en wie zal deze veranderingen realiseren?
Met de interventie willen we onder andere bereiken dat de doelgroep meer condooms gaan gebruiken, dit is natuurlijk niet alleen aan de doelgroep. De doelgroep heeft ook nog te maken met een partner, dus als een van de omgevingscondities zien wij de partner. Met onze interventie willen wij onze doelgroep bewust maken dat ze condoomgebruik bespreekbaar moeten maken, dus ook met de partner. Ze moeten aangeven wat de eventuele gevolgen kunnen zijn van vrijen zonder condoom. Ook moeten ze het fabeltje dat vrijen met condoom minder lekker is uit de wereld helpen. We laten de jongeren handelingen zien zodat ze dat fabeltje tegen kunnen gaan. Ook willen we bereiken dat de jongeren er met vrienden over zullen praten, zodat die ook de gevaren zullen inzien wat er eventueel kan gebeuren als je een SOA oploopt.
2.2 Kies belangrijke veranderbare determinanten
Nadat gedragsdoelen zijn gespecificeerd en geselecteerd moet worden nagegaan wat de determinanten zijn van de desbetreffende gedragingen en omgevingscondities. 
Als er duidelijkheid is over deze determinanten moet de gvo-er een inschatting maken van de mate waarin de determinanten belangrijk zijn voor gedragsverandering, en van de mate waarin de determinanten te beïnvloeden zijn. 
De determinanten die het gedrag zullen beïnvloeden zijn o.a;
het condoomgebruik
partner
alcohol
Condoomgebruik
Het gedrag zal moeten worden beïnvloed om het condoomgebruik te stimuleren. Daarom zullen wij de doelgroep een aantal confronterende beelden laten zien, waardoor de doelgroep bewust wordt wat de gevolgen kunnen zijn als ze een SOA oplopen. Daarnaast zullen we ook nog een aantal condooms uitdelen zodat de doelgroep daar geen geld meer aan uit hoeft te besteden en de stap gemakkelijker wordt om een condoom te gaan gebruiken. Als het condoom eenmaal is aangeschaft, moet die ook op het juiste moment voor handen zijn. Van de jongeren die seks hebben met losse partners, heeft slechts eenderde (36%) (bijna) altijd een condoom op zak. Bij de jongens is dat bijna de helft (48%) terwijl dit voor maar een kwart van de dames geldt. Condooms worden vooral meegenomen wanneer men een date heeft (68%), op vakantie (66%) en bij het uitgaan (51%). (soaaidsmagazine, 2010)

Partner
Op het gebeid van relatietype en partnertype blijken ook opmerkelijke bevindingen te zijn gedaan. Hoe langer men een relatie met elkaar heeft, hoe minder het condoomgebruik wordt en hoe minder gevoelens van machteloosheid er zijn in de relatie. De mate van gevoelens van machteloosheid is sterk afhankelijk van de betekenis die de relatie heeft. Wanneer vrouwen zich verantwoordelijker voelen voor de relatie en zich meer binden aan de partner, voelen zij zich minder machteloos. Veel vrouwen plaatsen het behouden van de relatie boven zelfbescherming en gebruiken dus minder condooms. Het idee dat het gebruiken van condooms een teken is van wantrouwen jegens de partner speelt ook een belangrijke rol in het al dan niet gebruiken van een condoom.(mens-en-gezondheid, 2006-2010)

Alcohol
Uit een onderzoek naar de relatie tussen alcoholgebruik en condoomgebruik komt naar voren dat wanneer mannen alcohol genuttigd hebben zij zich minder zorgen maken over beschermde seks. Bij vrouwen is het gebruik van een condoom zowel met als zonder alcoholgebruik prioriteit. Bij vrouwen spelen de gevoelens die zij voor een man hebben een grotere rol bij het al dan niet gebruiken van een condoom. Dit is bij mannen echter niet het geval (mens-en-gezondheid, 2006-2010)

2.3 Kies (sub)doelgroepen
In het begin van de 18 weken hebben wij er voor gekozen om het onderwerp SOA te gaan behandelen en implementeren bij de doelgroep 16-25 jaar. Als subdoelgroep hebben wij ervoor gekozen om de implementatie toe te passen op de Academische Leraren Opleiding (ALO), bij de eerste jaars studenten. Hiervoor hebben we gekozen omdat de verdeling tussen jongens en meisjes in evenwicht is en omdat wij denken dat zich in deze leeftijdscategorie de meeste problemen voordoen. 
De belangrijkste reden om geen subgroepen te onderscheiden, is praktisch van aard. Doelgroepsegmentatie impliceert dat het ontwikkelingsproces voor elke subgroep apart gedaan moet worden en dat er voor verschillende groepen verschillende programma’s worden ontwikkeld. De kosten van doelgroepsegmentatie zijn zo hoog, dat segmentatie alleen moet worden gedaan als het absoluut noodzakelijk en praktisch mogelijk is. 
Deze beperkte segmentatie betekent natuurlijk wel dat in de het uiteindelijke voorlichtingsprogramma rekening moet worden gehouden met bijvoorbeeld verschillen tussen jongens en meisjes, en met verschillen tussen jongeren met verschillende etnische en/of religieuze achtergrond, bijvoorbeeld verschillen in opvattingen en waarden aangaande seks voor het huwelijk, moederschap en homoseksualiteit (Brug et al.,2007)

2.4 Maak een matrix van specifieke veranderingsdoelen
Hieronder is een matrix te vinden met de vraag die we gesteld hebben: ‘Wat willen we precies dat de doelgroep van de voorlichting leert?’ 

Determinant Doel (Na de interventie)
Kennis Kunnen studenten uitleggen wat het verschil is tussen het hebben van aids en seropositief zijn? Kunnen scholieren plaatsen noemen waar zij condooms kunnen kopen?
Risicoperceptie Erkennen jongeren dat ook zij in een situatie kunnen belanden waarbij transmissie van hiv of een andere SOA niet kan worden uitgesloten.
Attitudes Kunnen jongeren voordelen van condoomgebruik die niet gerelateerd zijn aan gezondheid? Hebben jongeren een reëel beeld van de mogelijke nadelen van condoomgebruik?
Sociale invloed Kunnen jongeren adequaat beschrijving geven hoe jongeren in het algemeen denken over condoomgebruik? Kunnen jongeren argumenten aanvoeren tegen onveilige seks?
Eigen effectiviteit Uiten jongeren zelfvertrouwen aangaande het kopen van condooms? Demonstreren jongeren onderhandelingsvaardigheden aangaande condoomgebruik?




Stap 3 – Theoretische methodieken en praktische technieken 

Nadat de specifieke doelen voor het programma zijn geformuleerd, is het zaak om overzicht te krijgen van de methodieken en technieken die kunnen bijdragen tot het verwezenlijken van de veranderdoelen. (Brug e.a., 2007)
3.1 Bedenk theoretische methodieken bij de veranderingsdoelen
Veranderdoelen Methodiek
Studenten moeten uit kunnen leggen wat het verschil is tussen het hebben van aids en seroposieft zijn. Scholieren moeten plaatsen kunnen noemen waar zij condooms kunnen kopen.
  • Relevantie en voorlichting op maat
  • Succesvolle communicatie
  • Actief leren
 
Jongeren moeten erkennen dat ook zij in een situatie kunnen belanden waarbij transmissie van hiv of een andere SOA niet kan worden uitgesloten.
  • Relevantie en voorlichting op maat
  • Succesvolle communicatie
  • Actief leren
Jongeren moeten voordelen kunnen noemen van condoomgebruik die niet gerelateerd zijn aan gezondheid. Jongeren hebben ook een reeel beeld van de mogelijke nadelen van condoomgebruik.
  • Relevantie en voorlichting op maat
  • Succesvolle communicatie
  • Actief leren
Jongeren kunnen adequaat een beschrijving geven hoe jongeren in het algemeen denken over condoomgebruik. Jongeren kunnen argumenten aanvoeren tegen onveilige seks
  • Relevantie en voorlichting op maat
  • Succesvolle communicatie
  • Feedback en bekrachtiging
  • Sociale steun
Jongeren moeten zelfvertrouwen opdoen aangaande het kopen van condooms. Demonstreren jongeren onderhandelingsvaardigheden aangaande condoomgebruik
  • Sociale steun
  • Vaardigheidstraining


3.2 Leid methodieken af uit de theorie en de literatuur

Relevantie en voorlichting op maat
Tailoring is een methodiek om voorlichting op maat te bewerkstelligen, zonder dat de voorlichting verwordt tot individuele hulpverlening. Tailoring is de ontwikkeling van voorlichtingprogramma’s die zijn afgestemd op de ideeën, wensen en behoeften van de verschillende individuen in de doelgroep (Kreuter e.a., 1999; De Vries & Brug, 2007)
Tailoring is alleen effectief wanneer er een duidelijke relatie is tussen bepaalde individuele karakteristieken en de effectiviteit van de voorlichtingsboodschap (Brug e.a., 1999) Mensen zijn meer geneigd om informatie goed tot zich te nemen naarmate de boodschap beter is afgestemd op de overwegingen die voor hen relevant zijn, dit verhoogd de kans op effectieve gedragsverandering (Witte, 1995)
 
Succesvolle communicatie
Een cruciaal onderdeel van alle gezondheidsvoorlichting is het tot stand brengen van communicatie. Voorlichting zal geen effect hebben als niemand eraan wordt blootgesteld, niemand er belangstelling voor heeft, of niemand de boodschap begrijpt of serieus neemt. Dit impliceert dat GVO’ers er, los van wat zij verder doen, altijd voor moeten zorgen dat ze de aandacht trekken, dat ze serieus worden genomen en dat ze worden begrepen. (Brug e.a., 2007) 
Actief leren
1. het proces, de ervaring of de belevenis om kennis, vaardigheden of normen en waarden te vergaren; 
2. het proces, de handeling of het vermogen om die kennis etc. over te dragen (ook wel aanleren of doceren genoemd). 
Sociale steun
Sociale steun is de steun die voortvloeit uit het sociaal netwerk en kan verschillende functies hebben. De volgende functies zijn te onderscheiden: materiële ondersteuning (praktische hulp bieden in allerlei situaties van alledag), cognitieve ondersteuning (informatie geven), affectieve ondersteuning (emotionele ondersteuning), feedback (sociale identiteit verkrijgen door lid te zijn van sociale netwerken) en begeleiding (professionele sociale ondersteuning).
Sociale steun wordt gezien als preventieve factor in het ontstaan van problemen. Sociale steun draagt namelijk bij aan adequate coping (omgaan met problemen) en zorgt voor gezond blijven. Het gevoel gesteund te worden kan een individu aanmoedigen een stressvolle situatie onder ogen te zien die anders onoplosbaar zou lijken. Negatieve aspecten van sociale relaties zijn net zo sterk gerelateerd aan minder aanpassing aan probleemsituaties, als positieve aspecten van relaties verbonden zijn aan betere coping en aanpassing aan probleemsituaties. (www.maatschappelijkwerk.nl)
Feedback en bekrachtiging
Feedback en bekrachtiging zijn effectieve methodieken voor het bewerkstelligen van veranderingen in determinanten en gedrag (Rollnick e.a., 1999)
Feedback is informatie over de mate waarin iemand erin is geslaagd om iets te leren of te veranderen of over de mate waarin veranderingen effect hebben op gezondheidsindicatoren. 
Feedback maakt mensen bewust van de gezondheidsbevorderende effecten van hun gedrag, en kan als zodanig mensen ook bewust maken van de gezondheidsrisico’s van hun gedrag. (Brug e.a., 2007) Bekrachtiging wordt o.a. omschreven als straffen en belonen. Straffen blijkt bij voorlichting vaak minder effect te hebben dan belonen. (In onze interventie maken wij ook gebruik van beloning)
Vaardigheidstraining
Vaardigheidstrainingen zijn bedoeld om de eigen effectiviteit van mensen te verbeteren / te verhogen. Zulke trainingen kunnen leiden tot gedragsverandering. 
Theorie Methodiek Techniek
Kennis
  • Relevantie en voorlichting op maat
  • Succesvolle communicatie
  • Actief leren
 
D.m.v. een interactieve presentatie en een aansluitende quiz de kennis testen en verhogen van de doelgroep 
Risicopreventie
  • Relevantie en voorlichting op maat
  • Succesvolle communicatie
  • Actief leren
D.m.v. praktijkvoorbeelden de doelgroep laten zien dat zij ook kans hebben op een SOA
Attitudes
  • Relevantie en voorlichting op maat
  • Succesvolle communicatie
  • Actief leren
D.m.v. een interactieve presentatie en een aansluitende quiz de kennis testen en verhogen van de doelgroep
Sociale invloed
  • Relevantie en voorlichting op maat
  • Succesvolle communicatie
  • Feedback en bekrachtiging
  • Sociale steun
D.m.v. een vragenronde te doen in de klas worden persoonlijke ervaringen uitgewisseld met de overige deelnemers. De invloed van de sociale omgeving wordt getest.
Eigen effectiviteit
  • Sociale steun
  • Vaardigheidstraining
D.m.v. een vragenronde te doen in de klas worden persoonlijke ervaringen uitgewisseld met de overige deelnemers. De eigen effectiviteit wordt getest. Tenslotte worden er ook condooms uitgedeeld.



Stap 4 & 5 – Programmaontwerp en productie

Intervention mapping heeft tot stap 4 geresulteerd in een lijst met praktische voorlichtingstechnieken die gerelateerd zijn aan de theoretische methoden en die alle veranderingsdoelen afdekken. In stap 4 van Intervention mapping is het de taak van de GVO’er om de losse technieken samen te voegen tot één geheel, tot één coherent voorlichtingsprogramma. (Brug e.a., 2007)
4.1 Combineer de verschillende technieken in 1 plan
Deze stap wordt uitgevoerd middels het Persuasion Communication Model (Bartholomew e.a., 2006)
  Bericht Kanaal
Aandacht Korte inleiding over de voorlichting die wordt gegeven Mondeling in de klas
Begrip De aanwezigheid n.a.v. de enquête respons van de studenten Mondeling in de klas
Attitudes De essentie van condoomgebruik wordt benadrukt. De voordelen worden aangedikt, de nadelen worden onderdrukt Mondeling in de klas
Powerpoint presentatie
Aansprekende filmpjes 
Sociale invloed Thema’s over condoomgebruik worden in de klas voorgelegd mbt de sociale invloed. Interactie met de klas wordt aangezwengeld Mondeling in de klas
Powerpoint presentatie
Eigen effectiviteit Vaardigheden worden uitgelegd en barrières worden weggenomen Mondeling in de klas
Powerpoint presentatie
Gedrag Er wordt gevraagd of de doelgroep iets gaat doen met de gegeven informatie. Er worden ook condooms uitgedeeld Mondeling in de klas

4.2 Ontwerp de voorlichtingsmaterialen
Gedurende de interventie wordt er gebruik gemaakt van voorlichtingsmaterialen. Hieronder volgt een overzicht:
Tastbaar materiaal
Theorielokaal
Computer
Beamer
Whitebord
Whitebord stift
Condooms
Folders
Modulehandleiding AGG
Boek: Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering, (Brug e.a., 2007)
Niet tastbaar materiaal
Websites, o.a. www.soaaids.nl, www.rivm.nl, www.soatest.nl, www.vrijsoavrij.nl, www.condoom-anoniem.nl
Powerpoint presentatie
Voorlichting filmpjes


Literatuurlijst
1) Backerra, V & Detaille, S & Boonekamp, G (2009). Modulehandleiding Analyse Gezondheid en Gedragsverandering Periode 4 (AGG). Nijmegen:HAN
2) Brug, et al. (2007). Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering. Assen: Van Gorcum.

Internet
1) Soaaidsmagazine (2010). Seks mag nooit tot slachtoffers leiden. Opgevraagd 30 mei 2010 afkomstig van https://www.soaaidsmagazine.nl/artikel_mensen_/1255.
We testen een nieuwe website. Ondervind je problemen? Chat met ons of bel ons. We belonen je feedback!