Hepatitis
Hepatitis is ook bekend als geelzucht en virushepatitis.
Virushepatitis is een ontsteking van de lever als gevolg van een infectie met één van de vijf hepatitisvirussen (hepatitis A, B, C, D of E). Al deze virussen kunnen acuut opkomende ziekteverschijnselen teweegbrengen die verscheidene weken aanhouden: huid en ogen worden geel (geelzucht), de urine is donker en er is sprake van extreme moeheid, misselijkheid, braken en buikpijn. Het kan maanden tot een jaar duren voor iemand weer helemaal de oude is.
Een patiënt kan chronisch drager worden van sommige van deze virussen (meestal hepatitis B) en vele jaren later levercirrose of leverkanker ontwikkelen.
Verspreidingsgebied
In een groot deel van de derde
wereld (Afrika ten zuiden van de Sahara, het grootste deel van Azië, Oceanië)
komen mensen als kind met een hepatitisvirus in aanraking en 8 tot 15 procent
van de bevolking in die gebieden wordt chronisch drager. Ook in het
Amazonegebied en de zuidelijke delen van Oost- en Midden-Europa komt hepatitis
veel voor. In het Midden-Oosten en India is ongeveer 5 procent van de bevolking
drager. In West-Europa en Noord-Amerika is dat minder dan 1 procent.
Oorzaak
Hepatitis A wordt overgebracht door besmet
voedsel en water (via de ontlasting naar de mond ). De incubatietijd kan kort
zijn en variëert van 15 tot 150 dagen.
Hepatitis B en C worden, net als AIDS,
overgedragen via bloed en intiem contact, maar hepatitis B is vijftig tot
honderd maal zo besmettelijk. In veel ontwikkelingslanden raken bijna alle
kinderen met het virus geïnfecteerd en hoe jonger zij zijn, des te groter is de
kans dat zij chronisch drager blijven. Een vrouw die drager is, kan bij de
geboorte het kind besmetten. Injecties met hergebruikte, niet steriele naalden
zijn een andere belangrijke besmettingsbron.
In West-Europa en Noord-Amerika raken vooral jonge volwassenen besmet die:
![]() | onveilig vrijen, vrijen zonder condoom |
![]() | drugs spuiten met vuile naalden |
![]() | door hun beroep risico lopen |
![]() | reizen |
![]() | deel uitmaken van een etnische groep uit een land waar de ziekte veel voorkomt |
Bij hepatitis door bloedtransfusie is meestal sprake van hepatitis C. Dit virus is verantwoordelijk voor bijna 90 procent van de hepatitisgevallen in Japan, de Verenigde Staten en West-Europa. Mensen met hepatitis C blijven vaak chronisch drager en ontwikkelen soms op de lange duur levercirrose of leverkanker, net als bij hepatitis B.
Symptomen
Bij ruim de helft van de mensen levert een
besmetting met hepatitis B geen klachten op. Mogelijke symptomen zijn:
![]() | gele huid en ogen (geelzucht) |
![]() | gebrek aan eetlust; misselijkheid en braken |
![]() | buikpijn en een opgezwollen buik |
![]() | slapheid en moeheid |
![]() | koorts en hoofdpijn |
![]() | Daarnaast kunnen complicaties optreden. Sommige mensen met hepatitis B krijgen ernstige gezondheidsklachten, zoals blijvende, zware leverbeschadiging (vorming van littekenweefsel) of leverkanker |
Diagnose
Door bloedonderzoek kan de aanwezigheid van
antistoffen tegen hepatitis (bijvoorbeeld HBsAg ofwel hepatitis B surface
antigen) worden aangetoond. Een voorgeschiedenis van onbeschermde seks,
bloedtransfusie of gebruik van vuile naalden zijn daarnaast aanwijzingen dat er
sprake kan zijn van hepatitis.
Behandeling
Er bestaat geen specifieke behandeling
van hepatitis. De behandeling met interferon 2a verkeert nog in een
experimenteel stadium en is bovendien nogal kostbaar. Momenteel wordt er vooral
naar gestreefd de patiënt te helpen door onder meer:
- een vetvrij dieet
- meer enkelvoudige koolhydraten zoals glucose in de voeding
- ten minste zes maanden lang geen alcohol
- ziekenhuisopname in geval van verwarring, een sterk opgezette buik of coma.
Voorzorgsmaatregelen
HEPATITIS A:
dit virus wordt overgebracht via de ontlasting naar
de mond en via voedsel of water dat door een geïnfecteerde persoon is
aangeraakt. Het risico vermindert aanmerkelijk door een goede hygiëne (handen
wassen met zeep) en een deugdelijk toilet. Ook bestaat er een vaccin.
HEPATITIS B en C:
Verspreiding van hepatitis B en C kan worden
beperkt door besmetting van mens op mens zoveel mogelijk te voorkomen. De
volgende maatregelen kunnen hierbij van nut zijn:
- nauwkeurig onderzoek van bloed en bloedproducten vóór transfusie
- veilig vrijen (met condoom)
- verplicht gebruik van steriele naalden
- nooit andermans scheermes gebruiken
- onderzoek van alle vrouwen met kinderwens
- vaccinatie
Tegen hepatitis B bestaat een doeltreffend vaccin, dat alle kinderen en veel volwassenen zouden moeten krijgen. Ofschoon het vaccin chronische dragers niet geneest, voorkomt het in 95 procent van de gevallen dat mensen drager worden.
Het meest gebruikt wordt een recombinant-DNA-vaccin. Dit wordt toegediend in een reeks van drie injecties, bij achtereenvolgens 0, 1 en 6 maanden. Reizigers moeten daarom zes maanden vóór vertrek met de vaccinatie beginnen. Na drie tot vijf jaar kan de vaccinatie worden herhaald.
Er bestaat geen doeltreffend vaccin tegen hepatitis C.
Reizigers moeten allereerst worden ingeënt. Daarnaast is het belangrijk:
- alleen op betrouwbare plaatsen te eten (liefst bij mensen thuis)
- drinkwater eerst goed te koken of te ontsmetten met jodium- of chloordruppels
- bij seks een condoom gebruiken
- alleen steriele naalden te gebruiken



